Flat Earth Society

Flat Earth Society Cross-overs tussen ‘hoge’ en ‘lage’ muziekcultuur zijn van alle tijden en zeker de componisten van de vorige eeuw lieten zich niet onbetuigd op dat vlak. Flat Earth Society swingt door het Ebony concerto van Igor Stravinsky dat hij componeerde voor de bekende Amerikaanse big band van Woody Herman. Op het programma staat ook werk uit Nederland. Rond 1960 werd in de Philips-studio’s ‘populaire elektronische muziek’ met een eenvoudige beat én een hoog science fiction gehalte gemaakt, onder meer in samenwerking met het TV-orkest The Skymasters. En in zijn Scheve Marsen om de zege te ontlopen roept Mauricio Kagel de wereld op van de militaire muziekkapel en de dorpsfanfare. Dit programma is gesneden koek voor de knotsgekke big band Flat Earth Society, die daar nog enkele eigen repertoirenummers aan toevoegt.
 
Igor Stravinsky en Mauricio Kagel grijpen vaak elk op hun eigen manier terug naar bestaande muzikale conventies en proberen op die manier een dialoog op gang brengen en zo reflectie over die bestaande muziek uitlokken. Toch passen ze zich niet zomaar aan elk idioom aan. Dwars door alle diverse stijlen en genres waarvan ze zich bedienen, drukken ze telkens weer hun eigen stempel op die muziek. Bij Kagel ligt die eigenheid vooral in het fundamenteel theatrale karakter van zijn werk: citaten en referenties hebben dan ook een hoge symbolische en theatrale waarde. Bij Stravinsky is het moeilijker om één aspect aan te wijzen, maar er kan geen twijfel over bestaan dat al zijn muziek meteen herkenbaar ‘Stravinskiaans’ klinkt, of het nu om de vroege expressionistische balletten, de neoklassieke werken of de late twaalftoonscomposities gaat.

Belangrijk in dit opzicht is ook het feit dat beide componisten het grootste deel van hun leven buiten hun moederland hebben doorgebracht. Stravinsky vertoefde zeer vaak in Parijs, trok tijdens de Eerste Wereldoorlog even naar Zwitserland. Na de oorlog keerde hij terug naar Parijs en liet zich tot Fransman naturaliseren. In 1939 week hij uit naar de Verenigde Staten en vijf jaar later verkreeg hij zijn derde staatsburgerschap. Kagel is geboren en opgegroeid in Argentinië als kind van Oost-Europese Joodse immigranten, maar trok in de jaren ’50 naar Duitsland, waar hij als componist zijn carrière vorm gaf. Voor beide componisten was het zich aanpassen aan nieuwe omgevingen en culturen een deel van hun dagelijkse ervaring, en in dat opzicht is wat er in hun muziek gebeurt – een voortdurende zoektocht om aan de hand van ‘vreemde’ bestaande muzikale elementen een persoonlijk state-ment te maken – niet fundamenteel verschillend van hun dagelijkse ervaringen.

Toen Igor Stravinsky , zoals zoveel Europese componisten en intellectuelen op de vlucht voor de verschrikkingen van de nakende Wereldoorlog, in 1939 naar de Verenigde Staten emigreerde, was de eerste compositie die hij er schreef een Tango voor piano solo – een feit dat mooi illustreert hoe hij als gerespecteerd klassiek componist niet afwijzend stond tegenover zogenaamde ‘lichte’ genres. Dat hij zich ook aan werken met jazz-invloeden zou wagen, lag dan ook voor de hand. Overigens had Stravinsky al voor zijn komst naar de VS kennis gemaakt met jazz en aan-verwante stijlen, al was hij zelf zeker geen fervente jazz-luisteraar. Zijn verhuis naar Amerika gaf een nieuwe impuls aan de jazz-inspiratie, en in 1945 liet de componist desgevraagd de kans niet liggen een werk voor de big band van Woody Herman te schrijven. De periode waarin Stravinsky zijn Ebony Concerto schreef, valt in de gloriedagen van de swing-era. De big bands van beroemde bandleaders als Duke Ellington , Count Basie en ook Woody Herman domineerden de jazzscène en creëerden een stijl die orkestrale texturen, zorgvuldig uitgecomponeerde arrangementen en een geraffineerd ensemblespel voorop stelde. De swing die door deze bands werd gebracht was niet enkel geweldig populair, maar ook van een hoog technisch niveau, zoals blijkt uit Igor en Lady MacGowan’s Dream , twee nummers uit het repertoire van de Woody Herman big band. Daardoor was het ook perfect haalbaar voor het orkest van Herman om werk van een gevierde hedendaagse componist te spelen.  Het Ebony Concerto is een werk dat Stravinsky’s kenmerkende eigenzinnigheid illustreert: het is noch een echt concerto, noch echte jazz. Het werk bulkt wel van de typische jazzy elementen.

Terwijl het Ebony Concerto in wezen een dialoog is die zich op zuiver muzikaal vlak afspeelt en het steeds duidelijk blijft wat de inbreng van Stravinsky en wat de jazz-elementen zijn die hij manipuleert, liggen de kaarten helemaal anders in de Zehn Märsche um den Sieg zu verfehlen . Hier dompelt Mauricio Kagel zich met zoveel verve onder in de clichés van de marsmuziek die wordt geparodieerd, dat de argeloze luisteraar zou kunnen geloven naar echte (zij het kwalitatief bedenkelijke) militaire marsmuziek te luisteren. Het opzet van Kagel is dan ook helemaal anders dan dat van Stravinsky. Kagel componeerde deze marsen in 1978- ’79 voor zijn muziektheaterstuk Der Tribun , een monoloog voor een acteur die een (fictieve) dictator verbeeldt die achter zijn bureau voortdurend redevoeringen zit voor te bereiden, ondersteund door opnamen van gejuich van een volksmenigte en opzwepende marsmuziek, die hij trouwens zelf met knopjes in- en uitschakelt. De politieke betekenis van het stuk als kritiek op elke vorm van politieke demagogie is evident.

De kritische behandeling van de militaire blaaskapel als muzikaal symbool van zulke demagogie ligt perfect in het verlengde daarvan. De opzwepende werking van dit soort muziek, traditioneel bedoeld om patriottische en krijgshaftige gevoelens te stimuleren, wordt door Kagel subtiel geperverteerd: dit zijn dan ook, zoals de titel aangeeft, tien marsen ‘om de zege mis te lopen’.

De marsen zijn geschreven voor zes instrumenten en twee percussionisten, en al is de precieze bezetting vrij te kiezen, toch geeft de componist aan dat het wenselijk is de sound van een blaaskapel zo dicht mogelijk te benaderen. Kagel grossiert daarbij in de clichés van het genre, tot en met enkele solo-interventies die duidelijk voor een bepaald instrument (trompet, klarinet) zijn bedoeld. Op die manier schept hij een ironisch en kritisch beeld van deze muziek dat ook los van de tekst van Der Tribun een ongenadige afrekening is met de politieke ideeën die er onlosmakelijk mee verbonden zijn.

Programma:
  • Mauricio Kagel, Zehn Märsche um den Sieg zu verfehlen
  • Tom Dissevelt (The Skymasters) – arrangement Peter Vermeersch, Intersections (versie voor tape) & Intersections (versie voor bigband)
  • Ralph Burns, Lady Mac Gowan’s Dream
  • Red Norvo en Shorty Rogers, Igor
  • Igor Stravinsky – arrangement Peter Vandenberghe, Ebony Concerto
  • Peter Vermeersch, Composities voor Flat Earth Society
Tijd en plaats van het gebeuren :

Flat Earth Society
Donderdag 19 oktober 2006 om 20.30 u
( Inleiding door Maarten Beirens om 19.30 u)
Het Depot
Martelarenplein 12
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvanvlaan
deren.be
, www.hetdepot.be en www.fes.be

Het concert is intussen wel ‘uitverkocht’, maar wie vroeg genoeg komt (vanaf 19.00 u gaat de kassa open), kan misschien toch nog een zitje bemachtigen. Tickets zijn trouwens gratis.

————————————————

Donderdagmiddag presenteert Kees Tazelaar in MATRIX de kleurrijke beginperiode van de Nederlandse elektronische muziek. Met veel beeld- en geluidsmateriaal illustreert hij de Popular Electronics én muziek voor film, tunes en jukebox gecomponeerd door o.a. Kid Baltan (Dick Raaijmakers) en Tom Dissevelt. Ook dit kun je gratis bijwonen.

Donderdag 19 oktober 2006 om 14.00 u
MATRIX
Minderbroedersstraat 48
3000 Leuven

Meer info: www.matrix.mu
Bron : Festival van Vlaanderen – Maarten Beirens