Ives, Carter & Curran : een eeuw Amerikaanse pianomuziek

Daan Vandewalle In het kader van De Nieuwe Reeks brengt pianist Daan Vandewalle donderdagavond een programma met drie topwerken van Amerikaanse Componisten. Via het werk van Charles Ives, Elliott Carter en Alvin Curran biedt hij een panoramische blik over het Amerikaanse muziekleven van de 20ste en 21ste eeuw!


Charles Ives stond in het vroeg twintigste eeuwse New York vooral bekend als een succesvolle verzekeringsmakelaar wiens pionierswerk in levensverzekeringen tot op vandaag van invloed is. In zijn vrije tijd componeerde hij en werd langzaam maar zeker zelfs beschouwd als dé grondlegger van een ontvoogde Amerikaanse kunstmuziek Ives’ Concord Sonata, die geldt als een van zijn beste werken, combineert invloeden van Amerikaanse hymnen, ragtime en bevat zelfs verwijzingen naar Beethovens vijfde symfonie en diens Hammerklaviersonate. De componist portretteert in dit werk vier transcendentalisten uit de stad Concord in Massachusetts.
Ives’ muziek was één van de vroegste én belangrijkste invloeden voor de jonge Elliott Carter, die in de voorhoede van de Amerikaanse avant-garde liep tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw. De Concord Sonata van zijn mentor vormde bovendien het uitgangspunt voor zijn Night Fantasies.
Alvin Curran, één van Carters talentrijkste studenten aan Yale University, gebruikte op zijn beurt Night Fantasies als uitgangspunt voor zijn Inner Cities 12 (In Memory of Helen Carter) (2005). Daan Vandewalle geldt als een van de beste uitvoerders van de Concord Sonata en is vaste uitvoerder van Currans werken. Inner Cities 12 werd bovendien voor hem geschreven.
 
Charles Ives (1874-1954) wist van muziek een spannende gebeurtenis te maken. Voor Ives was consonantie of welluidendheid en relatief begrip. Hij staat dan ook te boek als de componist die voor het eerst tal van nieuwe muzikale technieken uitprobeerde die later in de twintigste eeuw schering en inslag zouden worden: clusters, polytonaliteit, polyritmiek, het invoegen van tal van citaten en het gebruik van meerdere melodieën tegelijkertijd. Maar nog veel belangrijker nog dan deze technische vernieuwingen is het feit dat hij telkens opnieuw boeiende muziek wist te verzinnen.
De ‘Concord Sonata’ is een reeks meditaties op vier grote mystieke schrijvers: Ralph Waldo Emerson, Nathaniel Hawthorne, de Alcotts (Amos Bronson en Louisa May) en Henri David Thorau. De titel verwijst naar het stadje en de periode waar en waarin deze schrijvers werkten.
Zoals wel vaker het geval is bij Ives zit ook de ‘Concord Sonata’ vol met citaten en verwijzingen. Zo grijpt hij in elk deel terug naar het bekende motief van Beethovens vijfde symfonie, maar smokkelt hij ook verwijzingen naar Wagners ‘Tristan & Isolde’, Debussy’s ‘Children’s Corner’ en de pianosonate op. 29 (‘Hammerklavier’), weer van Beethoven, binnen. Uit de populaire of de religieuze muziekcultuur gebruikt hij songs als ‘Columbia, Gem of the Ocean’, ‘Loch Lomond’, ‘Missionary Chant’ of ‘Massa’s in De Cold Ground’.

 Elliott Carter (1908) representeert bijna een eeuw muziekgeschiedenis. Hij wordt wereldwijd beschouwd als een van de belangrijkste, nog levende, componisten binnen de Europese traditie. De creatieve periode in zijn leven overspant bijna 80 jaar. Carter mag algemeen gelden als een van de meest eigengereide van de Amerikaanse componisten, een man die – zeker na 1950 – nergens toe gerekend lijkt te kunnen worden, niet tot die typische Stravinsky-epigonen die zoals hijzelf bij Nadia Boulanger gestudeerd hebben, niet tot de dodecafonisten of serialisten in het kielzog van Schönberg, Webern en in Amerika Milton Babbitt, niet tot de grote onderzoekers van nieuwe instrumentale klanken, zoals Edgard Varèse, Henry Cowell, Harry Partch, Lou Harrison en John Cage, maar ook niet tot de doorgewinterde publieksverleiders en traditionalisten als Leonard Bernstein, Samuel Barber of William Schuman, noch tot de schrijvers van Americana zoals Roy Harris of Aaron Copland.
Niemand kan ontkennen dat Carters muziek door en door Amerikaans, zelfs groot-stedelijk en New Yorks is. Toch doet de organisatie ervan, de complexiteit van de structuur eerder Europees aan.
Carter heeft een belangrijk deel van zijn opleiding en vroege loopbaan aan Nadia Boulanger – die in de jaren dertig een vurige, bijkans kritiekloze discipel van de neoklassicistische Stravinsky was – te danken. Hij leek zich aanvankelijk ook in deze wat afstandelijke, intellectueel bedoelde manier van componeren te ontwikkelen. Pas rond 1950 onderging zijn schrijven een belangrijke omwenteling, met name in composities als het Eerste Strijkkwartet (1951), de Variations for orchestra (1955) en het Tweede Strijkkwartet (1959), Carters eerste werkelijk innoverende partituur.
Toch heeft Carter zelf dikwijls genoeg benadrukt hoezeer hij beïnvloed is geweest door zijn ontmoetingen met Charles Ives. De muziek van Ives was in de jaren twintig en dertig nauwelijks bekend, maar wat Carter ervan opstak, door de partituren te lezen, door dat weinige dat wel uitgevoerd werd en door zijn persoonlijke gesprekken met de componist, moet hem op zijn minst aan het denken hebben gezet over de mogelijkheden van polyfone gelaagdheden, van een soms bijna labyrintische, polystilistische muziek en van een muziek die alles behalve gemakzuchtig wil zijn.
Dat polystilistische aspect van Ives heeft Carter wel nooit aangesproken, maar wel het grootstedelijke, het overmatig energieke, de transcendente complexiteit ervan, en het niet te ondermijnen vertrouwen in de capaciteiten van het menselijk intellect. In een moderne, complexe en van energie overlopende maatschappij behoort een passende muziek gedacht te worden.
 
Tegenover het hedendaagse minimalisme, de nieuwe eenvoud, de neoromantiek, de polystilistiek en andere recente ontwikkelingen, lijkt de muziek van Elliott Carter zijn eigen geschiedenis te schrijven. Op onnavolgbare wijze heeft Carter immers een onafhankelijke, grootsteedse en complexe, maar ook dramatische en vooral fascinerende muziek geschreven. In tegenstelling tot de kleurige, soms sprookjesachtige muziek van zijn in 1993 overleden leeftijdgenoot Olivier Messiaen is de wereld van Carter in essentie niet bedoeld hermetisch gesloten te zijn, maar juist op een barokke wijze open en communicatief.
 
Alvin Curran (°1938) is een klankkunstenaar in de breedste zin van het woord. Hij maakte zowel strijkkwartetten als een concerto voor scheepshoorn, hij ontwierp een herdenkingsinstallatie voor de Holocaust en fabriceerde geautomatiseerde hoorns (van een ram). Zijn studies deed hij aan Brown en Yale University o.a. bij Elliott Carter. Samen met Frederic Rzewski en Richard Teitelbaum richtte hij in 1966 het radikale muziekcollektief Musica Elettronica Viva op dat later internationale erkenning kreeg. Tijdens de jaren ’70 trad hij vooral solo op in performances met stem, keyboards, natuurgeluiden en gevonden objecten. Nog later maakte hij grootse produkties in open lucht (op meren, rivieren, in grotten,…) en gebruikte de radio om simultane concerten op verschillende lokaties
te realiseren. Tegelijkertijd bleef hij muziek schrijven voor akoestische instrumenten, zoals de Inner Cities voor piano. Begonnen in 1993 is de reeks in 2005 toe aan haar 12de deel.
De titel Inner Cities verwijst naar een oud boeddhistisch concept dat het lichaam reeds een innerlijke stad bevat. Het zijn niet alleen de mensen die op diverse plaatsen de steden in- en uit lopen, maar ook de steden en het heelal stromen op diverse plaatsen de mensen in en uit.
Flarden van jiddische muziek, Art Tatum, Czerny en Chopin doorkruisen de muziek van Alvin Curran. Zoals hij het zelf uitdrukt: “Of het nu een schema van mijn recente geschiedenis of een stratenplan van Atlantis is, het blijft een 50 minuten durende pianosuite, oorspronkelijk bedoeld als een reeks korte neurale kaarten van 2 tot 5 minuten elk, gebaseerd op iedere grote stad die voor mij iets te betekenen had, en gekomponeerd vanuit een geïnspireerde onbevangenheid”.

Programma :
  • Charles Ives, Concord Sonata(1938)
  • Elliott Carter, Night Fantasies (1980)
  • Alvin Curran, Inner Cities 12 ( 2005)
Tijd en plaats van het gebeuren:

De Nieuwe Reeks – Daan Vandewalle
Donderdag 16 november 2006 om 20.30 u (Inleiding door Maarten Beirens om 19.45u)

STUK
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.denieuwereeks.be, www.daanvandewalle.com , www.alvincurran.com en www.charlesives.org

Extra: Charles Ives, ‘Second Piano Sonata “Concord. Mass., 1840-60”: Hawthorne (fragment)’ door Daan Vandewalle en Alvin Curran, ‘Inner Cities 10 (fragment)’ door Daan Vandewalle, , op Kwadratuur.be

Bron : Carter en de polyfonie (pdf), Leo Samama op www.bloomline.net ,1993