Rode Pomp Ensemble : Bucolica

Maarten Van Ingelgem op OdeGand, 17 september 2005 In 2002 werd het Rode Pomp Ensemble opgericht om een wezenlijke behoefte van De Rode Pomp te voldoen : het brengen van concerten met Vlaamse klassieke muziek aangevuld met klassieke repertoirestukken. De leiding is in handen van de Russisch-Belgische violist Arman Simonian, die in functie van de geprogrammeerde werken zijn vaste strijkkwartet met een aantal andere musici uitbreidt. Het RPE heeft intussen ook al enkele concerten met uitsluitend Vlaamse creaties gerealiseerd. Op vrijdag 24 november speelt het Rode Pomp Ensemble een derde keer Belgisch-Klassieke coctail, alweer samengesteld door Buckinx, nu kluizenaar in de Spaanse Pyreneeën.

Stefan Meylaers’(1970) compositiestijl kadert in een vrije tonaliteit. Essentieel uitgangspunt is het creëren van een toegankelijke muziektaal, waarbij het lyrisch aspect gekoppeld wordt aan de essentie van de emotie, ingenieus in balans gehouden door de ratio. Meylaers, die zich ondanks zijn studie bij Ligeti omschrijft als autodidact, wil niet behoren tot een bepaalde stroming in de muziek. Hij moet niets hebben van de complexe ontwikkelingen zoals die zich voordeden in de muziek sinds de jaren vijftig. Die hebben alleen maar geleid tot auditief niet waarneembare muzikale processen. In die zin sluit Meylaers aan bij opvattingen van Steve Reich en Ligeti. Desondanks heeft Meylaers zijn favoriete lijstje met hedendaagse componisten waaronder Mikhail Bronner, John Corigliano, Einojuhani Rautavaara, Peter Sculpthorpe, Arvo Pärt en Henry Gorécki. Ieder van hen werkt vanuit zijn specifieke culturele context en probeert daarbinnen op een originele manier een muziektaal te creëren, waarin emotionaliteit en ratio met elkaar worden verbonden.

Maarten Van Ingelgem (°1976) behaalde het meesterdiploma piano bij Jan Michiels aan het Brusselse conservatorium alvorens compositie te gaan studeren bij Wim Henderickx aan het conservatorium van Antwerpen.
Maarten is dirigent van het gemengd kamerkoor voor hedendaagse muziek De Tweede Adem uit Gent en zingt als bas bij het vocaal ensemble Ex Tempore en het Goeyvaerts Consort. Daarnaast is hij titularis van het Forceville-orgel in de abdijkerk te Ninove en werkzaam als begeleider en leerkracht piano aan de academies van Ninove en Dilbeek. Hij is tevens programmator bij Jeugd en Muziek Aalst en lid van de Raad van Bestuur van Jeugd en Muziek Vlaanderen.

Boudewijn Buckinx (°1945) zet zich vanaf zijn jonge jaren in voor de levende muziek: publiceert vanaf 1963 en introduceert veel nieuwe muziek in Vlaanderen met zijn groep WHAM (Werkgroep voor Hedendaagse en Actuele Muziek). Hij was gedurende meer dan 20 jaar werkzaam als producer Nieuwe Muziek aan de VRT Radio 3 en doceerde compositie aan het conservatorium in Luik en muziekgeschiedenis aan de Hogeschool in Antwerpen. Als componist is hij een typisch exponent van het postmodernisme (1001 sonates, 9 onvoltooide symfonieën). Er werden portretconcerten aan hem gewijd in Gent, Brussel en Kiel, en zijn werk werd op belangrijke festivals uitgevoerd. In 1993 was er in De Rode Pomp in Gent een negendaags Buckinx-Festival, wat in feite de start van de Rode Pomp was.

De invloed van Buckinx is duidelijk te merken in de allereerste werken van Frank Agsteribbe (1968), vooral dan in het het gebruik van de zogenaamde Buckinx-cadenzen, slotformules die net even anders eindigen dan je zou verwachten. Het is juist deze onvoorspelbaarheid, gecombineerd met het toegankelijke, het welluidende, dat Agsteribbe in de stijl van Buckinx treft. Voor Agsteribbe moet er nog altijd een aspect van het onverwachte, van het onbehaaglijke aanwezig zijn. Buckinx schreef vanaf ca. 1960 modernistische avantgardewerken die nauw bij de actualiteit betrokken waren en is in de jaren zeventig naar het postmodernisme geëvolueerd. Agsteribbe is echter opgegroeid in dit postmodernisme en het modernisme is voor hem evenzeer verleden als de renaissance of de barok. Niet enkel als uitvoerder toont Agsteribbe belangstelling voor oude muziek, ook in zijn composities komt dit regelmatig terug, zals bv in de Haydn-variaties (1991) op dit concertprogramma.

De muziek van Alain Craens (1957) laat zich niet in een hokje duwen: soms is zij tonaal, soms eerder atonaal of vrij tonaal. Vaak vertoont ze kenmerken van het impressionisme, de minimal music of de jazz. Bovenal echter wil ze toegankelijk zijn. Na het complexe modernisme, waarin het experiment centraal stond, is het volgens Craens tijd om terug een normale relatie met het publiek op te bouwen. Muziek mag opnieuw “gewoon mooi” zijn, zonder vernieuwende bijbedoelingen. Hij keert daardoor terug naar de traditionele drieklank, die echter niet functioneel of tonaal wordt gehanteerd. Men heeft soms de indruk dat er bepaalde tonaliteiten of tooncentra worden gesuggereerd, wat niet in Craens’ bedoeling ligt: hij werkt met toevallige, consonante ontmoetingen tussen klanken en wil toewerken naar steunpunten. Op deze wijze wil hij een brug slaan tussen zijn eigen individuele expressie en het publiek.

Marjan Mozetich is een Canadees componist waarvan men zegt: “Eindelijk iemand die weet wat Tsjaikovsky zou geschreven hebben mocht hij in deze tijd leven!” Zijn muziek viel in de smaak van vele grote artiesten, af te leiden aan de veelvuldige concerten voor telkenmale een erg enthousiast publiek. Grote symfonische werken van zijn hand werden uitgevoerd door de meest vermaarde orkesten. Hij schrijft tonaal en wil het mooiste in de luisteraar naar boven halen.

Typisch voor de werken van Lucien Posman (1952) – uitgezonderd die uit de laatste twee jaren – is dat de micro- en macrostructuren bepaald worden door mathematische reeksen (Fibonaccireeksen). Deze worden aangewend in functie van het melodische, harmonische en dynamische verloop en van het kleurgebruik. In latere werken is meer plaats voor het spontane en het onberekende. De instrumentatie is zeer kleurrijk en de courantste nieuwe speeltechnieken worden aangewend. Toch wordt de kleur nooit een doel op zich.
Wat de harmonie betreft, streeft Lucien Posman enerzijds naar “stuurbaarheid”, naar voortgang in de muziek, anderzijds komen ook vaak harmonische stilstandpunten voor. Vanaf 1999 maakt de componist voor de toonorganisatie gebruik van de Toonklok van Peter Schat (een compositiesysteem waarin muzikale relaties tussen tonen op een niet-hiërarchische basis centraal staan, resulterend in een tonale muziek die evenwel ‘atonicaal’ is).
Het ritme is enerzijds vaak geënt op de waarneembare puls. Het is dan doorgaans beweeglijk en nerveus. Anderzijds is de ritmiek vaak zwevend: het samenvallen van metrum en ritme wordt vermeden. Daarnaast maakt Posman gebruik van gecombineerde ritmische ostinaten, polymetriek en kruisritmiek.

Programma :

Rode Pomp Ensemble
  • Stefan Meylaers, Trio (2000)
  • Maarten Van Ingelgem, Berlenza
  • Boudewijn Buckinx, Bucolica XI
  • Frank Agsteribbe, Haydnvariaties (1991)
  • Antonin Dvorak, Drobnosti op.75
  • Alain Craens, Mokuso (2002)
  • Marjan Mozetich, Baroque Diversions
  • Lucien Posman, Blaaskwintet (1986)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Rode Pomp Ensemble
Vrijdag 24 november 2006 om 20.30 u
De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info: www.rodepomp.be

Componisten :

Stefan Meylaers, Maarten Van Ingelgem, Frank Agster
ibbe
, Alain Craens, Boudewijn Buckinx , Marjan Mozetich en Lucien Posman