Percussieconcert met verrassende instrumenten en spectaculaire klanken

Spectaculaire klanken, verrassende instrumenten, grootse opstellingen : dat zijn de ingrediënten van een percussieconcert door de Ensembles Hedendaagse Muziek van het Koninklijk Conservatorium Brussel. Vlaams talent met werk van Thierry De Mey en Frans Geysen in een internationale entourage.

John Cage (1912-1992) rekte het begrip muziek op tot alles wat geluid maakte, inclusief de stilte. Harry Parch beweerde ooit smalend: “Hell, I’m not like John Cage. All Cage needs is a gong, a carrot juicer, and a toothbrush.” En soms blijkt dat nog te kloppen ook. In Living Room Music (1940) kunnen alle ‘slagwerk-instrumenten’ gebruikt worden die in de huiskamer voor handen zijn. En dat zijn er nogal wat: meubels, boeken, muren, vensters, deuren, …

Morton Feldman (1926-1987) is onmogelijk weg te denken uit de muziek van de tweede helft van onze eeuw. De invloed van Cage is duidelijk. Aanvankelijk experimenteerde hij vooral met grafische muzieknotatie, maar sinds 1969 begint hij – op enkele uitzonderingen na – opnieuw heel precies en ‘conventioneel’ te noteren. Niet omdat hij met het ouder worden een grotere neiging tot conservatisme begon te vertonen, maar wel omdat hij steeds meer geconfronteerd werd met de moeilijkheid om de estetiek van zijn muziek over te brengen via een notatie die, wanneer ze verkeerd word begrepen, aanleiding geeft tot vrijheden die haar stuk maken. Een typisch voorbeeld van een stuk uit die periode is ‘The King of Denmark’ (1964) voor slagwerk solo, waarin alle instrumenten uitsluitend met de vingertoppen en op de grens van het hoorbare worden bespeeld. De notatie is tijdsproportioneel. Feldmans werken zijn uniek in hun genre en onderscheiden zich door hun stille en heldere klank en hun uitgebreide tijdsschaal (negen van zijn werken duren meer dan anderhalf uur.)

Per Nørgård (1932) is een van de belangrijkste 20ste eeuwse Deense componisten. Bij ons is hij vooral bekend van zijn filmmuziek, o.a. voor ‘Babette’s Feast’ (Gabriel Axel, 1987) en de tv-film ‘Hamlet, Prince of Denmark’ (1993). Aanvankelijk stond hij nog sterk onder invloed van Jean Sibelius, Carl Nielsen en zijn leermeester Vagn Holmboe, maar in de jaren zestig en zeventig zocht hij meer aansluiting bij het Centraal-Europese modernisme en begon hij seriële compositietechnieken toe te passen. Nog later zocht hij zijn inspiratie bij de Zwitserse art brut kunstenaar Adolf Wölfli .

Thierry De Mey (1953) is vooral bekend als huiscomponist en filmmaker bij Rosas. Musiques de Tables (1987) is een compositie voor drie paar handen op drie tafels die de relatie tussen muziek en beweging onderzoekt . Met dit werk tast De Mey als het ware de grenzen af tussen muziek en de beweging die deze muziek produceert en hoorbaar maakt. De posities van de handen en de bewegende figuren zijn een soort vormentaal die men kan vergelijken met een danschoreografie, met dit verschil dat hier het beeldende aspect inherent is aan het muzikale en omgekeerd.

Frans Geysens’ (1936) vroege composities zijn voornamelijk koorwerken in een post-expressionistische stijl. Vanaf 1967 evolueert hij autonoom van de Amerikaanse minimalisten naar een canonisch-repetitieve stijl die op essentiële punten verschilt met het minimalisme. In tegenstelling tot de werken van o.a. Philip Glass en Steve Reich bestaat Geysens muziek uit bondig geformuleerde snelontwikkelende processen die niet consonant gericht zijn en geen meditatieve uitstraling ambiëren. Hij pleit voor een ‘zuivere’ muziek, ontdaan van al het overbodige, onbelangrijke en triviale en wars van elk dramatisch en psychologisch discours.
Geysens sobere stijl, waarin processen en texturen economisch ontwikkeld worden, is erop gericht het publiek naar de innerlijke werking van muziek te doen luisteren door middel van de geleidelijk ontwikkelende herhaling. Ook de partituren bevatten niets overbodigs. Door deze neutrale notatie dienen frasering, articulatie en soms zelfs tempo en bezetting door de uitvoerder te worden ingevuld. De vormgeving van de compositie door de uitvoerder moet wel beredeneerd zijn: een adequate uitvoering moet de inwendige structuur van de muziek duidelijk maken. Een droge en mechanische uitvoering is dus uitgesloten.

De composities van de Italiaanse componist Luigi Nono (1924-1990) waren steeds weer het resultaat van een onoplosbaar conflict tussen politiek engagement en artistieke idealen. Hij gaf in zijn muziek telkens nieuwe antwoorden. Zijn politieke idealen bleef hij steeds trouw, maar toen de maatschappelijke verhoudingen gecompliceerder werden, werd het onmogelijk om de boodschap met de vroegere directheid uit te dragen. Nono besefte dat de tijd van muzikaal geweld voorbij was, en bezon zich voor de zoveelste keer op zijn muzikale uitgangspunten. In de afstompende massamedia van de moderne samenleving, en het daardoor zwakker wordende waarnemingsvermogen vond hij een nieuwe vijand. De verstilling en de vertraging van de steeds verder naar binnengekeerde klank in Nono’s laatste composities hadden slechts één doel: “het oor wekken, de ogen, het denken, de intelligentie”.
‘Con Luigi Dallapiccola’ (1979) is geschreven voor zes slachwerkers en live electronics en werd voor het eerst uitgevoerd op 4 november 1979 in het Teatro alla Scala in Milaan.

Programma :
  • John Cage, Living Room Music
  • Per Norgard, Repercussion
  • Morton Feldman, The King of Denmark
  • Thierry De Mey, Musique de table
  • Frans Geysen, compositie voor pauken en klavier-instrumenten, solist: Gert François
  • Luigi Nono, Con Luigi Dallapiccola, solowerk voor marimba
Tijd en plaats van het gebeuren :

Percussieconcert Ensembles Hedendaagse Muziek o.l.v. Bart Bouckaert
Donderdag 30 november 2006 om 20.00 u
Koninklijk Conservatorium Brussel – Kleine concertzaal
Kleine Zavel 5
1000 Brussel

Meer info : www.kcb.be en www.pernoergaard.dk

Extra :

Gesprek met Thierry De Mey, Jean-Luc Plouvier, juli 2001 op www.ictus.be

Video en audio: John Cage op UbuWeb Film en UbuWeb Sound

Morton Feldman op UbuWeb Sound (met een fragment uit The King of Denmark (7’23”), gerealiseerd door Max Neuhaus. De aanbeveling luidt ‘ This recording should be played at very low volume – “so that you almost don’t hear it.” )

Elders op Oorgetuige : Nono-Project : Champ d’Action en Josse De Pauw, 20/06/2006