Brussels Conservatorium verwelkomt Dutilleux en Laporte

André Laporte Donderdag verwelkomt het Symfonieorkest van het Koninklijk Conservatorium Brussel de Franse componist Henri Dutilleux, die zelf de generale repetitie zal leiden van zijn cello concerto ‘Tout un monde lointain’. Het werk werd destijds gecreëerd door Mstislav Rostropovich in 1970. Nu vertolkt de jonge laureaat van het Koninklijk Conservatorium Brussel, Olsi Leka, de solopartij. Leka werd onlangs aangeworven door het Nationaal Orkest van België als cello solo. Naast het celloconcerto van Dutilleux kan je deze avond ook genieten van de eclectische muziek van Belgisch componist André Laporte en een uitbundige 5de symfonie van Jean Sibelius. Het geheel staat onder leiding van Ronald Zolmann.

Henri Dutilleux (°1916) is één van de belangrijkste hedendaagse Franse componisten. Hij kreeg eerder in 1987 de Prix Maurice Ravel voor zijn gehele oeuvre. Gedurende zijn hele carrière heeft Dutilleux zich niets aangetrokken van muzikale trends en modes. Zijn sonore muziek met heldere en sensuele timbres wordt bepaald door bestaande vormen en structuren maar kent toch een echte vernieuwingsdrang. Het oeuvre van Dutilleux bevat – naast een aantal symfonieën en orkestwerken – twee schitterende soloconcerten: L’arbre des songes voor viool en Tout un monde lointain voor cello.

Het concert wordt echter geopend in een feestelijke stijl met ‘Nachtmusik’ van André Laporte. Feestelijk, vooral omwille van de uitgave van een unieke cd-reeks met de integrale werken van Laporte uitgebracht door het label Fuga Libera. André Laporte was jarenlang verbonden aan het Koninklijk Conservatorium Brussel als docent compositie. In zijn eclectische stijl herkennen we toch steeds de hand van de componist zelf.

In zijn inleiding tot de cd-reeks schetst Dr Herman Sabbe André Laporte en zijn muziek als volgt: “In de kunstenaarspersoonlijkheid André Laporte gaan klassiek geschoolde theoretische eruditie en creatieve impuls hand in hand. Uit zijn muziek spreekt een treffend gevoel voor het evenwichtig samengaan van expressieve wending en strakke structuur: telkens knoopt hij over het hele werk een net van figurale correspondenties die borg staan voor de structurele samenhang, ook van zijn meest omvangrijke opussen, zoals het oratorium La Vita non è Sogno en de opera Das Schloss.
Met zeldzame consequentie heeft Laporte gedemonstreerd hoe een heuse componistencarrière wordt uitgebouwd: stap voor stap, onder geleidelijke verwerving van meesterschap, waarbij zowel bezetting als omvang van de werken gestaag toenamen, van het korte solowerkje tot de avondvullende opera.
De esthetische attitude van Laporte is er een van consolidatie van de Nieuwe Muziek door een eclectisch gebruik van de door haar ontwikkelde componeertechnieken ; zijn houding is er een van verzoening: de structurele abstracties van het serialistische denken in dienst van de concrete
verwijzingen van de muziek-als-verhaal. En vooral in zijn recent werk zijn tonaliteit en atonaliteit niet in strijd met elkaar, maar complementair : tonaliteit en twaalftonige atonaliteit zijn alleen maar verschillend gewogen verdelingen van dezelfde verzameling van tonen.
(…)
Laportes muziek valt op door haar duidelijke narratieve structuur: het muziekwerk verwijst naar de wereld – ook via citaten of toespelingen, naar de eigen wereld van de muziek. Bijna steeds volgt de muziek een analogisch model, vertolkt zij een imaginair scenario, een ongeschreven tekstboek.
Maar niet steeds ongeschreven. In veel gevallen heeft Laporte het te vertolken verhaal in literaire teksten gevonden – waarbij de narrativiteit, naar de klassieke indeling, zowel epische of lyrische als dramatische vormen aanneemt. In zijn boekenkast staat immers zowat de hele wereldliteratuur.
Hij heeft er met de kieskeurigheid van de kenner de teksten uit gebloemleesd voor zijn vocale composities. De toonzetting ervan geeft telkens blijk van evenveel verfijnde aanvoeling van het betreffende taaleigen, of het nu gaat om het Nederlands van Hans Andreus, Hugo Claus of Stefaan van den Bremt, om het Engels van James Joyce, William Blake of William Shakespeare, het Frans van Samuel Beckett, het Duits van Franz Kafka, het Italiaans van Salvatore Quasimodo, Filippo Tommaso Marinetti of Umberto Eco, of nog het Spaans van Pablo Neruda.
Andere ‘topoi’ die bij Laporte aan de orde zijn: het nachtelijke dat zowel de geborgenheid als de dreiging omvat (Das Schloss, Nachtmusik, Incontro notturno); en het transitorische (Transit), de ongemerkte overgang (van stilte naar klank naar stilte, van klank naar ruis naar klank): muziek als
metafoor van vluchtigheid.
Men kan het ook, met een term uit de hedendaagse natuurwetenschap, ‘orde-door-fluctuatie’ noemen, een orde die ontstaat door voortdurende maar niet gelijktijdige, onvoorspelbare ordeverstoringen.
Vluchtig? Niet Laportes oeuvre. Dat staat.”

Programma :
  • André Laporte (1931): Nachtmusik
  • Henri Dutilleux (1916): Tout un Monde Lointain, concerto voor cello en orkest
  • Jean Sibelius (1865-1957): Symfonie nr. 5 in Es, op. 82·
Symfonieorkest Conservatorium Brussel o.l.v. Ronald Zollman – Olsi Leka, cello

Tijd en plaats van het gebeuren :

Symfonieorkest Conservatorium Brussel : Laporte – Dutilleux
Donderdag 15 februari 2007 om 20.00 u
( Inleiding : Kristin Van den Buys spreekt met componist Henri Dutilleux – 19.15 u / Signeersessie door André Laporte na het concert )
Concertzaal Koninklijk Conservatorium Brussel
Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.kcb.be

André Laporte : www.arts.kuleuven.be/matrix, www.cebedem.be en www.muziekcentrum.be
Henri Dutilleux: “Neem risico’s”, Jean-Marie Binst op www.brusselnieuws.be, 9 februari 2007
Dutilleux en kamermuziek: zonnebloemen uit de schaduw gehaald, op www.nopapers.nl