Studio Modern : Ligeti, Zimmermann, Boulez en Schönberg

Pierre Boulez Hoe kan je als aanstormend jong musicus het best het immense repertoire van de hedendaagse muziek aangaan dan via het eigenhandig uitvoeren van enkele welgekozen meesterwerken uit de 20ste eeuw? En dat bijgestaan door beroepsmusici, in casu verscheidene solisten van het Ictus Ensemble, die sinds jaar en dag in de moderne muziek thuis zijn. Zij staan in de maanden durende instudeerfase studenten uit de Muziekkapel Koningin Elisabeth en uit de Belgische Conservatoria met raad en daad bij. Het klinkende resultaat hoort u tijdens drie miniconcerten. Misschien (her)ontdek je een ‘vergeten’ meesterwerk en talent van morgen.

Présence is een klassiek pianotrio (viool, cello en piano) gecomponeerd in 1961 door Bernd Alois Zimmermann in opdracht van de Darmstädter Ferienkurse. De ondertitel die het werk meekreeg, ‘Ballet en cinq scènes’, laat ten onrechte vermoeden dat het werk voor een choreografie bedoeld is. Het gaat hier echter om een denkbeeldig ballet, een irreële pantomime waar de gedaantes van drie literaire personages opduiken: Don Quichotte, de adellijke danser, een rol voorbehouden aan de vioolpartij; Molly Bloom, de heldin uit de ‘Ulysses’ van James Joyce, hier de primaballerina met masker en tutu, door de cello vertegenwoordigd, en koning UBU, het centrale personage in het toneelstuk van Alfred Jarry, de koninklijke danser met een tapirhoofd, vertolkt door de piano.
Dit werk is een schoolvoorbeeld van het pluralisme in het werk van Bernd Alois Zimmermann: een uitgesponnen polyfonie, verschillende eeuwen muziekgeschiedenis die door elkaar lopen, een heel diverse woordenschat en verschillende tempo’s of kwaliteiten van tijd.
In 1966, Enkele jaren na het componeren van ‘Présence’, ontstond het verbijsterende ‘Musique pour les Soupers du roi Ubu’ ondertiteld ‘Ballet Noir’: een meesterwerk van virtuoos sarcasme en de eerste remix in de muziekgeschiedenis. De ‘Soupers’ braakten een overvloed van citaten uit, van Bach tot Stockhausen en gelden als de euforische en bijtende pedant van het eerder melancholische en expressionistische ‘Présence’.
Ook in ‘Présence’ valt de grote diversiteit op van het gebruikte materiaal: walsen, walking basses, citaten uit werk van Prokofiev, Richard Strauss, Debussy, en Stockhausen. Deze thematische massa wordt hier bijeengehouden door een zeer beheerste seriële techniek.
De partituur van Présence ontvouwt zich als een bloemlezing van raadsels. Het partituurbeeld dwingt de muzikanten tot het lezen van een verzameling van gebeurtenissen, van fragmenten (samples). Geen enkel van de delen staat op zich: elk deel heeft zijn eigen technische, ritmische, sonore of expressieve uitdaging. Het is aan de drie uitvoerders om elke vraagstelling te assimileren, ze te smaken, en er een antwoord op te formuleren, binnen een grote boog, in uitgedijde tijd van het ‘Ballet Blanc’ waar alles met elkaar is vermengd is, onder hetzelfde pak sneeuw.

De invloed van Pierre Boulez op de muziek van na de tweede Wereldoorlog is groot. Hij was de eerste die suggereerde dat de toekomstige richting van de muziek niet lag in Schönbergs pragmatische benadering van het serialisme, maar in Weberns extreem verfijnde en ijle muziekwereld waarin elke muzikale parameter kan worden gerangschikt in strikt seriële principes, inclusief ritme, dynamiek en zelfs timbre. Na ‘Polyphonie X’ uit 1951 (dat hij later terugnam) waarvan Boulez erkende dat “de organisatie niet totaal maar totalitair was”, schreef hij tussen 1952 en 1954 wat wordt beschouwd als zijn grootste meesterwerk: Le marteau sans maître (de hamer zonder meester). Boulez combineert een microkosmische structurele dichtheid met een verrassende sensualiteit. Het werk is gebaseerd op drie korte gedichten van zijn lievelingsdichter René Char. Elk van de negen deeltjes is verschillend georkestreerd voor een ensemble dat bestaat uit altstem, fluit, altviool, gitaar, vibrafoon, xylorimba (een kruising tussen  xylofoon en marimba) en slagwerk.

Schönbergs ‘Pierrot Lunaire’ (1912) is gebaseerd op 21 in het Duits vertaalde gedichten van de Belg Albert Giraud (pseudoniem van Albert van Kayenberg) en gecomponeerd voor stem (Sprechstimme) en kleine instrumentale bezetting. Het is een rijpe exploratie van de mogelijkheden van de atonale stijl die vaak vooruit kijkt naar het serialisme. In menig opzicht anticipeert ‘Pierrot’ op veel trends uit de twintigste eeuw en stimuleerde die eveneens. Het is geen toeval dat Maxwell Davies een ensemble de Pierrot Players noemde, gebaseerd op de bezetting die nodig was voor het stuk van Schönberg, waar hij echter slagwerk aan toevoegde toen hij experimenteerde met theatermuziek.

Programma :

15.00 u
György Ligeti, Zehn Stücke für Bläserquintett
Bernd-Aloïs Zimmermann, Présence

16.30 u
Pierre Boulez, Le Marteau sans maître

17.30 u
Arnold Schönberg, Pierrot Lunaire

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica/Spring 2007
Studio Modern : Ligeti, Zimmermann, Boulez, Schönberg
Zondag 18 maart 2007 om 15. 00 u, 16.30 u en 17.30 u
Bozar – Terarken
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be, www.arsmusica.be , www.ictus.be

Extra :
www.soundintermedia.co.uk/boulez-online
Pierre Boulez, icoon van de avantgarde, Mark Delaere
Bernd Alois Zimmermann. Over de Bolvormigheid van de tijd en het ambacht van de componist, www.arsmusica.be , 1999
Viel Wind um den Guten Ton. Bläserquintette von Ligeti, Villa-Lobos, Reicha und Nielsen, Christine Mellich op www.berliner-philharmoniker.de
Pierre Boulez, de componist, Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, mei 2001
Pierre Boulez tachtig jaar, Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, maart 2005
Györgi Ligeti (1923 – 2006): emotioneel scepticus, Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, juni 2006
Arnold Schönberg: van chromatische romantiek naar serialisme, Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, januari 2006