Happy End : Klein Duimpje verliest het spoor

Happy End In de creatie ‘Happy End’ zijn er drie disciplines die op elkaar inwerken: de muziek van Aperghis, de beeldende kunst van Hans Op de Beeck, Bruno Hardt en Klaas Verpoest … en een sprookje van Charles Perrault. De set-up is hier betrekkelijk eenvoudige in vergelijking met ‘Avis de Tempête’: een 14-koppig ensemble geplaatst onder een groot filmprojectiescherm, de klank gespatialiseerd in de ruimte, het sprookje verteld in voice-off.
 
 
 
Klein Duimpje
Deze versie van Klein Duimpje doet geen beroep op de nostalgische beelden uit La Douce France, noch wordt er gezocht naar de verloren verbeelding die rond sprookjes uit het verleden hangt. De nadruk ligt op de wreedheid van het gegeven: de zoektocht, een inwijdingsritueel dat gepaard gaat met verlies, het ronddolen in een labyrint, de oneindige opeenvolging van gangen zonder uitweg. Animatie en met de hand getekende beeldsequenties wisselen elkaar af zoals bruitages en samples (geproduceerd in het Ircam) onlosmakelijk met de live muziek verbonden zijn.

In zijn sprookje verhaalt Perrault hoe Kleinduimpje en zijn broertjes en zusjes alleen in het donkere woud achtergelaten worden door hun ouders, die te arm zijn om hun kinderen nog te voeden. Dat is nog schokkender dan een vondelingenschuif, waarin een wanhopige moeder haar baby tenminste aan goede handen toevertrouwt. Dankzij de list met de witte kiezelsteentjes loopt deze eerste verstoting nog goed af, maar de tweede keer hebben de vogels de broodkruimels opgegeten en verdwalen Kleinduimpje en zijn broers en zusjes in het grote woud. Zoals bekend komen ze in het huis van de mensenetende reus terecht, die hen opnieuw – zoals in hun ouderlijk huis – aan geweld en terreur onderwerpt. Met behulp van de zeven mijlslaarzen van de reus weten de kinderen te ontsnappen en komenze veilig thuis. Door alles wat eraan voorafging, is dit echter op zijn minst een bijzonder wrang ‘happy end’ te noemen.

Sprookjes
Georges Aperghis
(1945), een Frans componist van Griekse afkomst, verenigt in zijn talrijke muziektheaterwerken zowel de nieuwste technologie als archaïsche vertelvormen zoals het poppentheater of het sprookje. Het volkse, kinderlijke marionettentheater was al aanwezig in ‘La Tragique histoire du nécromancien Hieronimo et de son miroir’ (1971). In zijn voorlaatste productie ‘Zeugen’ (2006-07), die in mei in première ging tijdens de Wittener Tage für neue Kammermusik, werkt hij met de prachtige poppen die Paul Klee voor zijn kinderen maakte. Evengoed verbindt Aperghis deze handpoppen met de nieuwste technologie van de live video, waardoor het huiselijke tafereel letterlijk in een muziektheatervoorstelling geprojecteerd wordt.

‘Happy End’ is een volgend voorbeeld van de verbinding tussen de sprookjes- en de technologische wereld. Twee elementen zijn voor Aperghis van belang in dit werk. De verwarring van de protagonisten krijgt gestalte in een rijke, veelgelaagde muzikale taal. Dat heeft te maken met de aanwezigheid van diverse klankbronnon: veertien musici, elektronische muziek en een tape met de vooraf opgenomen stemmen die het verhaal vertellen. Maar dat heeft evenzeer te maken met de ambiguïteit van het muzikale materiaal: verschillende klanklagen boven elkaar met dubbelzinnig muzikaal materiaal maken dat de luisteraar haast even verloren is als Kleinduimpje in het grote bos. Dat is ook het tweede aandachtspunt in ‘Happy End’, dat door Aperghis als volgt geformuleerd wordt: ” het spoor verliezen, het vervormen van de herinnering, verdwenen herkenningspunten, in volslagen verwarring, veranderde codes, onherkenbaar gemaakt, in de hoogte geslingerde flarden van tonen, een disparate melodie, woorden ontdaan van betekenis, angst als gevolg van amnesie, het geheugen pijnigen om opnieuw betekenis en een weg te vinden, angstvoor eenzaamheid zoals nog nooit tevoren, verloren in de menigte, in de anonimiteit van gigantische steden. (…) En dan rijzen er vragen: Wat betekent voor ons vandaag het verliezen van sporen, het vervagen van herinnering? Waarin verliezen we ons? Wat betekent het woud als metafoor, en de magische laarzen, de menseter, …de familie? Het muzikale, visuele en filosofische onderwerp van deze voorstelling is dan ook hoe die wonderlijke maalstroom van culturen te tonen waar wij vandaag in mee geslingerd worden.”

Voor de visuele component deed Aperghis een beroep op de jonge Vlaamse kunstenaar Hans Op de Beeck (1972), die samen met Bruno Hardt en Klaas Verpoest een filmanimatie met imaginaire urbane landschappen maakte, waarin de hedendaagse mens zich even verloren voelt als Kleinduimpje in het bos.


Tom Pauwels is gitarist bij Ictus en speelt vaak bij andere ensembles in binnen- en buitenland. Dinsdag belicht hij tijdens een ‘lecture recita’l de Griekse componist Georges Aperghis in muziek en woord.

Tijd en plaats van het gebeuren

Concertlezing : Tom Pauwels over Georges Aperghis
Dinsdag 11 december 2007 om 20.00 u

deSingel – Kleine zaal
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be
—————————-
Ictus : Happy End
Woensdag 12 december 2007 om 20.00 u
(Inleiding door Mark Delaere om 19.15 u)
deSingel – Blauwe zaal
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.ictus.be

Op zaterdag 23 februari 2008 is deze voorstelling ook nog te zien in de Handelsbeurs in Gent.

Bron : Tekst Mark Delaere voor deSingel, 7 december 2007

Georges Aperghis : www.aperghis.com

Extra :
Interview met Georges Aperghis door Frank Madlener (Parijs, 24 november 2000) en Aperghis, Portret (2005) op www.arsmusica.be
Audio: Georges Aperghis op UbuWeb Sound

Elders op Oorgetuige :
De zondvloed van Aperghis, 25/11/2007