La Strada : Luc Van Hove gaat Fellini achterna

La Strada, repetitiefoto Op 29 januari gaat ‘La Strada’, het operadebuut Luc Van Hove, in première in de Vlaamse Opera. La Strada is meteen het orgelpunt van de Fellinicyclus die de Vlaamse Opera in 2004 opzette. Eerder waren al Satyricon (Bruno Maderna), Prova d’Orchestra (Giorgio Battistelli) en Alladin en de Wonderlamp (NinoRota) in Antwerpen en Gent te zien.

Operadebuut
La Strada is de eerste opera die de 50-jarige Luc Van Hove componeert. Pas sinds enkele jaren legt hij zich weer toe op het schrijven voor de zangstem. In het begin van zijn carrière had hij wel liederen geschreven, maar daarna heeft hij zich lange tijd ver van de stem gehouden. Van Hove: "Het was een bewuste strategie. Ik vind dat schrijven voor zangstem zoiets specifiek is dat je dat het best doet wanneer jouw muzikale taal helemaal vastligt. Zang vraagt om een perfecte beheersing van de muzikale taal. Recent heb ik weer wat koormuziek geschreven, niets solistisch. Daaruit heb ik opgemaakt dat ik geleidelijk een eigen vocale stijl heb gevonden."

Mensen van vlees en bloed
De opera La Strada is gebaseerd op de gelijknamige legendarische ‘roadmovie’ van Federico Fellini. Componist Luc Van Hove en librettist Eric de Kuyper besloten tegelijk dicht bij de originele vertelling te blijven én het verhaal een eigen muziekdramatisch leven te geven. Geen referenties dus naar de originele filmmuziek van Nino Rota, maar ook geen italianità of belcanto, al wordt de opera in het Italiaans gezongen. Het duo Van Hove-de Kuyper benadrukt de universaliteit van Fellini’s geniaal eenvoudige script. Wat telt zijn mensen van vlees en bloed en concrete gevoelens.

Waarachtigheid en menselijkheid
Luc Van Hove zegt over de keuze van het onderwerp: "Het was een flits door mijn hoofd. Altijd al was La Strada één van mijn lievelingsfilms. De echtheid van het verhaal spreekt me erg aan, de waarachtigheid en menselijkheid. Alles is juist in deze film: de invalshoek klopt, de dimensies zijn perfect. Er wordt een diepmenselijke tragedie verteld maar zonder grote woorden. Want ik wist: als ik ooit iets met opera of theater doe, dan mag het niet over concepten gaan."
Niet het operacliché van bigger than life dus, hoewel de componist oog heeft voor de theatraliteit van Fellini’s film: "Alle figuren in het verhaal menen de ultiemste waarde voor zichzelf te halen uit het feit dat ze artiest zijn. Het mogen dan straatkunstenaars zijn, low life people, je voelt hun enorme fierheid. Zampanò voelt zich tot op de grond uitgekleed wanneer de acrobaat Il Matto (de Gek) zijn optreden ridiculiseert. Hij wordt tot in zijn diepste wezen vernederd."

Inner speeches
De compositie van de opera nam een goede drie jaar in beslag, van het najaar 2004 tot begin mei 2007. Van Hove: "Eric de Kuyper en ikzelf hebben de film eerst verschillende keren samen bekeken. We waren het snel over eens dat we dicht bij de film zouden blijven. Fellini’s verhaal staat als een huis. We zijn dus niet gegaan voor ‘psychologisering’ of voor het aanbrengen van verschillende lagen. Primordiaal was wel de vraag hoe we de structuur van de film het best konden omwerken naar het medium opera. We hebben samen aan het libretto gewerkt en kleine zaken verplaatst, hier en daar dingen samengebald. Eén van de problemen van het oorspronkelijke script was dat de personages weinig spraakzaam zijn. Dat past ook bij hun profiel: het zijn geen mensen die diepe gedachten formuleren. Zo is op een gegeven moment het idee gekomen aan Gelsomina extra tekst te geven, inner speeches."

On the road
De globale ondertoon van het verhaal had voor de makers een onbestemd gevoel van tristesse: de monotonie van het steeds onderweg zijn tussen de kleine verrukkingen van de optredens door. Daarvoor componeerde Van Hove een aantal muzikale tussenspelen die het anekdotische kader overstijgen en één grote muziekdramatische boog spannen over de vele gebeurtenissen. Van Hove: "Er was nood aan transitiemuziek. Ik noem dat de Strada’s; muziek die continuïteit geeft, being on the road. Als je deze tussenspelen na elkaar zou spelen, dan zou je merken dat er een muzikale en organische vooruitgang is in de verschillende opeenvolgende Strada’s. Ze zijn de onderstroom van het verhaal, hebben geen impact op wat gaat komen, zijn autonoom ten opzichte van de vertelling. Metrum en tempo zijn steeds identiek, een rustig gedragen maat van 6/8, een andantino. Slechts één keer wordt een Strada rechtstreeks beïnvloed door de actie, dat is na de moord op Matto. Je kan die tussenspelen op verschillende manier beschouwen: als blik van de buitenstaander maar ook als een soort ‘meta-betekenis’ voor het verhaal.

Dicht bij gesproken taal
De opera wordt in het Italiaans gezongen. Geen enkele taal is zo beladen als het op opera aankomt. Maar belcanto of grote zanglijnen, waarin de taal omzeggens verdwijnt, zouden misplaatst zijn. Van Hove: "De taal is hier geen vehikel om klank te maken. Ik zocht zeer verstaanbare, eenvoudige zanglijnen die zo dicht mogelijk bij de gesproken taal staan. Daarom ook vraag ik van de zangers geregeld van zang- naar spreekstem over te schakelen. Sprechgesang was voor deze opera geen optie." De zanglijnen worden gekenmerkt door directheid en eenvoud, in overeenstemming met Fellini’s karakterisering van de personages. Van Hove houdt zich op die manier ver van de postseriële zangstijl met grote toonsprongen en afwezigheid van tonale houvast.

Set-theorie en stevige structuren
De componist omschrijft zijn opera als ‘post-tonaal’. Hij maakt gebruik van twaalftoonstechnieken, maar noemt La Strada noch een tonale, noch een dodekafonische opera. De twaalf tonaliteiten zijn evenwichtig verdeeld over de loop van het werk. Consonanten en dissonanten worden volstrekt evenwaardig behandeld. Van Hoves werkwijze wordt voor een groot stuk bepaald door de Amerikaanse set-theorie, een groepstheorie voor het samenstellen van melodieën en akkoorden. In die theorie passen zowel tonale (of centristische) als atonale (seriële en niet-seriële) strategieën.
Bovendien houdt Van Hove van stevige structuren als basis voor de muziekdramatiek. Traditionele vormen zoals het rondo bepalen de fysionomie van bepaalde scènes. Van Hove: "De stevigheid van de muzikale constructie is voor mij primordiaal. Ik ben ook in dit werk constructivistisch te werk gegaan. Bij het componeren heb ik steeds het ritmische en harmonische verloop van elke scène uitgetekend. Ik bepaalde als het ware eerst de achtergrondstructuur vooraleer ik aan het schrijven begon."

Lange tijd tot het uiterste gaan
Voor Van Hove was het schrijven van een opera het zwaarste werkproces tot dusver. "Toch", zo verduidelijkt hij, "is de intensiteit waarmee men aan een compositie werkt steeds identiek. Ik heb ook niet fundamenteel anders gecomponeerd dan voordien. Of je nu een solowerk schrijft, een a capella koorwerk of een hele opera, je moet steeds on the edge zijn; zo scherp en zo lang mogelijk nadenken vooraleer je één noot op papier zet. Alleen heeft opera veel grotere dimensies en is het langere tijd tot het uite
rste gaan."

Tijd en plaats van het gebeuren :

Luc Van Hove : La Strada
Dinsdag 29 januari, vrijdag 1, dinsdag 5 en zaterdag 9 februari 2008, telkens om 20.00 u
Zondag 3 februari 2008 om 15.00 u

Vlaamse Opera Antwerpen
Van Ertbornstraat 8
2018 Antwerpen

Zondag 17, dinsdag 19 en vrijdag 22 februari 2008, telkens om 20.00 u
Zondag 24 februari 2008 om 15.00 u

Vlaamse Opera Gent
Schouwburgstraat 3
9000 Gent

De inleiding door dramaturg Piet De Volder begint telkens 45 minuten voor aanvang van elke voorstelling.

Meer info : www.vlaamseopera.be

Luc Van Hove op www.matrix-new-music.be

Klara zendt La Strada uit op zaterdag 16 februari in het programma Scala (19.00 u)
Meer info : www.klara.be

Elders op Oorgetuige :
Luc Van Hove centraal in lunchconcerten Vlaamse Opera, 21/01/2008
La Strada EXTRA : themadag n.a.v. de wereldcreatie van La Strada Luc Van Hove, 18/01/2008
Luc Van Hove 50 : een gesprek, 23/01/2007