Olivier Messiaen : een leven gewijd aan het onderzoeken van ritmiek, kleur en ornithologie, helemaal in het teken van het katholieke geloof

Olivier  Messiaen Olivier Messiaen, Frans componist, organist en pedagoog, geboren op 10 december 1908 te Avignon en overleden op 27 april 1992 in Clichy, Haut-de-Seine.

Biografie
Messiaen ziet het daglicht in een literaire omgeving. Zijn moeder, Cécile Sauvage, is dichteres en tijdens de zwangerschap van haar zoon, schrijft zij L’Ame en bourgeon, een bundel die Messiaen als bepalend zou gaan beschouwen voor zijn levensweg. Zijn vader, anglicist en zeer productief intellectueel, werd bekend door zijn Shakespeare-vertalingen. Messiaen groeit op in het bergland van de Dauphiné (Grenoble), waar hij later nog vaak zou naar terugkeren. Shakespeare, Mozart, Gluck, Berlioz en Wagner werden hem met de paplepel ingegeven. Voor zijn verjaardag vroeg hij zelfs vaak operapartituren cadeau!
In 1919 begint hij te studeren aan het Conservatoire National Supérieur de Musique van Parijs, waar hij orgel, improvisatie, percussie, contrapunt, fuga en compositie volgde. Hij kreeg onder meer les van Paul Dukas, Maurice Emmanuel en Marcel Dupré.

Zijn carrière als organist vangt aan in 1931: Messiaen wordt aangesteld tot titularis van het grote Cavaillé-Coll orgel van de Eglise de la Trinité, een functie die hij zijn leven lang zou blijven uitoefenen. Aan de basis van deze liturgische activiteit ligt zijn rooms-katholieke geloof dat ontzettend belangrijk is in zijn leven. Messiaen zegt van zichzelf als gelovige te zijn geboren en al zijn werken, met inbegrip van de titels, verwijzen naar dat diepe geloof dat zijn volledige œuvre overkoepelt (Apparition de l’Eglise éternelle, Méditations sur le mystère de la Sainte-Trinité, …)

Zijn pedagogische activiteiten vangen aan in 1934: hij wordt leraar aan de normaalschool voor muziek en de Schola Cantorum. In 1941 wordt hij benoemd als leraar harmonie aan het Parijs’ conservatorium. Hij zou er les blijven geven tot hij in 1978 met pensioen gaat. In 1947 begint hij analyse te onderrichten en in 1966 wordt hij leraar compositie. Als leraar stond hij ervoor gekend om verschillende generaties van jonge componisten te hebben gevormd die nadien de Europese en internationale avant-garde zouden vormen (Boulez, Ducol, Lévinas, Mâche, Murail, Reverdy, Stockhausen, Xénakis, …).  Deze drang naar kennisoverdracht is duidelijk aanwezig in zijn theoretische publicaties (Technique de mon langage musical, Traité de rythme, de couleur et dornithologie) waarin het onderzoek van Messiaen wordt belicht. Zijn inbreng situeert zich enerzijds op het vlak van de ritmiek (dat hij van primordiaal zoniet essentieel belang beschouwt voor de muziek) met zijn studie van het Griekse metrum, de Hindoese décî-talas en vocalises uit de koraalgezangen, en anderzijds op het vlak van de melodisch-harmonische taal met vooral zijn modes à transpositions limitées (beperkt transponeerbare modi) en de complexe akkoorden waarmee hij een gekleurde muziek creëerde, de son-couleur (klank-kleur).

De jaren ’50 kondigen een nieuwe periode aan in het œuvre van Messiaen. Een nieuw ascetisme (Livre d’orgue, Quatre Etudes de rythme) en de alomtegenwoordige wereld van de vogels (Réveil des oiseaux, Oiseaux exotiques, Catalogue d’oiseaux) geven voortaan de toon aan. In 1962, treedt Messiaen in het huwelijk met pianiste Yvonne Loriod, die al van in de jaren ’40 de belangrijkste vertolkster van zijn werken was en voor wie hij een overvloed aan werken schreef voor pianosolo (Vingt Regards sur L’Enfant-Jésus) of voor piano in dialoog met diverse bezettingen (Turangalila-symphonie, Des canyons aux étoiles, …). Zijn enige opera, Saint-François d’Assise, werd gecreëerd in 1983 en vormt het muzikaal testament van Messiaen.
Dit werk vat zijn leven samen, een leven gewijd aan het onderzoeken van ritmiek, kleur en ornithologie, helemaal in het teken van het katholieke geloof.

Bron : © Ircam – Centre – Pompidou, 2007

Extra :
Olivier Messiaen 1908 -1992 : An appreciation, Julian Anderson, Musical Times, September 1992