Pitié ! Het ultieme offer van Les Ballets C. de la B.

Pitié! Regisseur Alain Platel en componist Fabrizio Cassol, die samen tekenden voor het prachtige ‘vsprs’ (2006), baseren hun nieuwe productie op de ‘Mattheuspassie‘. Dit meesterwerk van Bach zet het lijdensverhaal van Christus om in sublieme muziek. Het is muziek waar je eigenlijk niet kan of mag aan raken. Cassol ‘bewerkt dan ook niet zomaar Bach. Hij schrijft een nieuw verhaal. ‘pitié !’ volgt niet slaafs de evangelist Mattheus, noch de poëtische bewerking van Bachs eigen librettist. Cassol focust op de pijn van een moeder (een onbestaande rol in de originele ‘Mattheuspassie’), in relatie tot het onvermijdelijk offer van haar nageslacht, waarbij de rol van Christus hier wordt vertaald naar twee zusterzielen met een gemeenschappelijk lot. Deze keuze geeft zin en richting aan de compositie.

De ‘Mattheuspassie’ gaat vooral over het ultieme offer dat men kan brengen: zichzelf. Het lijkt belachelijk hier en nu de vraag te stellen voor wie of wat men bereid zou zijn het eigen leven op te offeren. Toch is het een vraag die Platel wil voorleggen aan de groep dansers waarmee hij de ‘bastaarddans waar hij een patent op heeft, verder wil uitwerken. Een dansvorm die, voortbouwend op de ervaring van ‘vsprs’, zoekt naar de fysieke vertaling van té grote gevoelens en streeft naar iets wat het individuele overstijgt.
Pitié!
ging in première op 14 september 2008 tijdens het Festival van Vlaanderen Gent en was begin december ook te zien op het Next Festival in Kortrijk.

Fabrizio Cassol over pitié!
De muziekpartituur van pitié! is ontstaan in nauwe samenspraak met Alain Platel. Onze eerdere gezamenlijke projecten hadden ons wederzijds begrip en vertrouwen al versterkt, waardoor ik kon vooruitlopen op wat hij zou gaan doen. Dat was anders dan bij vsprs, waarin de muziek tegelijk met de dans tot stand kwam. Tijdens de tournee van vsprs was ik al druk bezig met dit werk, maar ook daarna, op reis in Afrika, India en China. Voor mij is het belangrijk dat deze muziek niet louter westers ‘klinkt’ of – wat Bach betreft – niet uitsluitend protestants. Ze moet in deze context ‘universeler’ zijn. De lange gesprekken met Alain gaan over alle mogelijke details die men zich kan inbeelden, maar altijd met de bedoeling de emotie de vrije loop te laten. In dat opzicht apprecieer ik enorm zijn instinctief begrip van wat een of andere klank uitdrukt. Hij heeft mij vaak instinctief sleutels aangereikt voor de muziek. De ouverture van de Mattheuspassie, bijvoorbeeld, was iets waaraan ik niet durfde raken, maar dankzij hem heb ik een reden gevonden om het toch te doen. Of om O Mensch! te gebruiken, terwijl ik niet veel aandacht besteed had aan het belang ervan in de dramaturgische ontwikkeling. Je zou kunnen zeggen dat zijn intuïties als het ware spreken doorheen deze bewerking, dat deze muziek in zekere zin van hem is. De essentie van deze voorstelling berust op Alains sterk humanisme; hij heeft een grote capaciteit om mededogen te voelen. Ik was dus van meet af aan benieuwd hoe hij zo’n onderwerp zou aanpakken.

Driehoek
Als je de Mattheuspassie aanpakt, dan is één van de eerste vragen die zich opdringt: houden we rekening met de vertelling of niet? In dit geval was het meteen duidelijk dat Alain op één of andere manier dat verhaal wilde behouden. De volgende vraag die zich stelt is dan: wat doen we dan met de Christus? Wie moet dat doen? Voor mij bood zich een mogelijkheid aan toen ik Serge Kakudji leerde kennen in Kinshasa dankzij Jan Goossens, artistiek directeur van KVS, en de sopraan Laura Claycomb. Zij hadden Serge leren kennen via Dinozord, een productie van de Congolese choreograaf Faustin Linyekula. Hij was toen 17 en autodidact. Laura zag het potentieel en zocht op verschillende manieren naar bevestiging. Ze heeft er mee voor gezorgd dat Serge in België aan een opleiding begonnen is. Ik heb haar plechtig moeten beloven dat ik geen noot te veel zou schrijven voor hem om zijn ontwikkeling als zanger niet te hypothekeren. Serge zit op de wip tussen zijn Afrikaanse cultuur en de Westerse die hij zich aan het toeëigenen is. Het is precies die ‘entre-deux die ook Alain zo sterk interesseert. Om zijn rol als ‘Christus te verlichten, ontdubbelde ik de rol. Ik bediende mij daarbij van een bepaalde esoterische visie die zegt dat de Christus twee zielen is: een mannelijke en een vrouwelijke. Tegenover de Christus plaatste ik een moederfiguur. Ik weet zelf niet zeker waar dat vandaan komt. De moeder is niet aanwezig in de Passie van Bach. Ik zie twee aanknopingspunten voor die driehoek. Eén ervan is vrij anekdotisch. Op tournee met vsprs stootte ik in een hotelkamer op een film die ik absoluut niet had willen zien: The Passion van Mel Gibson. In de kruisigingsscène die ik te zien kreeg, zijn Maria en Maria Magdalena prominent aanwezig. Dat is allicht blijven hangen. Een ander gegeven is de driehoek uit vsprs tussen de sopraan en twee dansers op Nigra Sum. Ik zag dat altijd als een moeder met twee kinderen- zusterzielen. Als uitgangspunt creëerde ik dus een schema waarbij ik drie figuren overhield, uiteraard in dialoog met Alain. De zusterzielen hebben zich gaandeweg verzelfstandigd tot een ‘Jezus en een ‘Maria Magdalena. Maar het één sluit het ander niet uit; ook in de liefde is men gezegend als men een zusterziel vindt.

Opnames
Vanaf het moment dat de driehoek van de zangrollen in de steigers stond, kon ik beginnen werken. Ik had dat absoluut nodig om niet verloren te lopen in de duizenden mogelijkheden en de keuzes die zich opdringen. Die beginconstructie liet toe om vooruitgang te boeken met de muziek zonder Alain te veel vast te zetten. Met vsprs ontstond de bewerking van de Mariavespers van Monteverdi tijdens de dansrepetities; muziek en dans ontstonden simultaan. Dat was nu onmogelijk. De gegevens waren dermate complex dat Alain de muzikale voorstellen nodig had bij het begin van de repetities met de dansers. Met de muziek van Monteverdi heb je sowieso een grotere vrijheid; je kan bijvoorbeeld makkelijk de volgorde omgooien. Bach is delicater om te behandelen want preciezer op emotioneel vlak. Om het werkbaar te maken, heb ik voor Alain en de dansers opnames gemaakt die geen weerslag waren van samenspel of samenzang – daar waren we gewoon nog niet aan toe. Die opnames werden in de studio bijeengesmeed uit opnames van afzonderlijke instrumenten en stemmen. Dat vroeg telkens uren puzzelwerk. Maar het gaf een idee van waar het live naartoe zou kunnen gaan.

Erbarme dich
In grote lijnen zijn er drie manieren waarop men doorgaans met de muziek van Bach omgaat. Men kan een nieuwe barokke versie scheppen. Daarvoor moet je bij iemand als Nicolas Harnoncourt zijn, maar dat moet je niet aan mij vragen. Of men benadrukt de ‘verstandige kant van de muziek en trekt die cerebrale lijn door naar hedendaagse muziek. Of men voegt er iets aan toe: een Afrikaanse instrumentarium bijvoorbeeld. Wat Alain en mij interesseerde was iets anders. Wij wilden een actuele muzikale context creëren waarbinnen de muziek van Bach kan terechtkomen zoals het woord van Christus ooit gearriveerd is in een context waaraan dat woord vreemd was, waarbinnen het als ‘nieuw klonk. Eerst heb ik Erbarme dich bewerkt. Dat vertegenwoordigt bij uitstek het mysterie van de Passie, en bovendien had Alain het al eerder gebruikt aan het eind van Iets op Bach. Als ik met Erbarme dich tot een bevredigend resultaat kon komen, zou het met de rest ook wel lukken. Er zijn melodieën die ik veranderd heb, maar aan de melodie van Erbarme dich kon ik niets wijzigen. Mijn uitgangspunt was dat elk van de dr
ie rollen om erbarmen moest kunnen vragen, dat het driestemmig moest worden. Daarnaast creëerde ik een Afrikaanse context met invloeden uit Mali en uit andere muzikale tradities die bepalend waren voor mijn muzikale benadering. Met dat ‘andere bedoel ik in eerste instantie een culturele context die anders is dan de christelijk- protestantse grond waar Bach uit ontstaan is. Liever dan van Bach te vertrekken, wil ik dat men erbij uitkomt. Dat hij ergens in binnenkomt. Zo ook aan het einde. Dan spelen we Bach zonder meer, tenminste in een arrangement waarin we de oorspronkelijke veelstemmigheid omzetten naar onze zeven melodische instrumenten. De keuzes voor bepaalde fragmenten uit de Passie zijn gebaseerd op de teksten. Met de drie rollen in het achterhoofd, onderzochten we hoe we de vertelling toch konden omspannen. Ik heb eerst op teksten gewerkt, zonder te kijken naar wie wat zegt in het originele libretto. Maar ook zonder al te veel vast te hangen aan wie welke tekst kon zeggen; ik wilde geen al te strakke personages creëren. Zo kwam ik tot veertien tableaus die enerzijds het verhaal ondersteunden en anderzijds toch poëtisch (en vrij) genoeg waren. Van die veertien is er één niet gebruikt: het Laatste Avondmaal, antidans bij uitstek. Maar het Laatste Avondmaal is op andere manieren aanwezig in de voorstelling: door de tafel, of in de vorm van laatste uitspraken van ter dood veroordeelden die de dansers door de microfoons fluisteren. Voor mij kwam de hele bewerking erop neer een verbinding te maken tussen Alain en Bach.

Zang(ers)
De rolbezetting met Serge Kakudji en met telkens drie stemmen voor de twee vrouwenrollen, vertoont een grote verscheidenheid aan stijlen en tradities. Ik wilde geen homogene cast van barokstemmen voor het vocale ensemble. Ik wil stemmen die kunnen vibreren, dat is men in de barok niet gewend. Ik wil verschillende kwaliteiten die zich laten mixen: opera, barok, Afrikaans, hedendaags. De zangers zijn dus extreem verschillend onderling, en het zijn allemaal ‘karakters maar ze laten zich mengen. Alain is daar ook gevoelig voor, zonder dat meteen te kunnen benoemen in muzikale termen. Vergeet ook Magic Malik niet als zanger. Dat is echt een moderne ziel, die alles in zich verenigt: geschreven muziek en niet uitgeschreven tradities, westers en afrikaans, mysterieus en natuurlijk. Hij kan iets langs verschillende kanten benaderen, en er toch één ding van maken. De zang van dansers en orkest , zoals in het koraal O haupt of de gospel bij O süsses Kreuz, dat zijn voor mij de stemmen van het gewone volk dat tussenkomt. Dat is verbonden met de misviering die de Passie ook is. Vandaar is het maar één stap naar het collectieve zingen.

Orkest
Aka Moon en Magic Malik en Serge Kakudji zijn de vaste componenten van het orkest – dat zorgt voor stabiliteit. De rest roteert. Ook bij hen zijn verschillende kleuren aanwezig, zoals een vrouwelijke trompet wat voor mij staat voor ‘intuïtie. Alle muzikanten hebben ervaring met improvisatie. Ook al wordt er weinig geïmproviseerd, dat geeft toch een andere relatie met geschreven muziek. Ook hier zijn de persoonlijkheden belangrijk. Dat merk je bij de solos. Na Erbarme dich, dat aanvoelt als een soort vervulling, kan je niet meer met de klank van een groot orkest komen. Je hebt leegte nodig. Maar de solo is hier geen teken van eenzaamheid, hij is meervoudig als van een compleet orkest.

Recitatieven
De recitatieven zijn voor mij zeer fascinerend. Hoe Bach ze hanteert om iets mee te delen, dat is ongelooflijk. Alain had daar in het begin niet zoveel affiniteit mee – hij hield meer van de grote arias. Dat is begrijpelijk, want met die arias zit je in de extase. In de recitatieven zit je in het discours. Maar ik heb simpele voorstellen gedaan. Soms heb ik een recitatief behandeld als een liedje. Ook heb ik hier en daar stukken tekst uit verschillende recitatieven bijeengepakt, zonder dat die noodzakelijkerwijze op elkaar antwoorden. Maar ik deed het omdat ik nood had aan die vertelling, al was het soms maar met één zin. Vanaf Erbarme dich wordt de muzikale wereld van Bach meer en meer verlaten maar de woorden konden niet achterwege blijven. Die recitatieven, zeker in een dansvoorstelling, dwingen je op één of andere manier om na te denken over taal. pitié! is voor mij een versie van de Passie. Zelfs als je de muziek zou weghalen, blijft het een versie van de Passie. De dans op zich draagt de vertelling. De zangers zijn de hele tijd op de scène, samen met de dansers. We schuren tegen de opera aan. Dat maakt het voor Alain ook veel complexer dan vsprs. Het is een geweldige uitdaging.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Fabrizio Cassol / Les Ballets C. de la B. / Alain Platel : Pitié!
Zaterdag 31 januari 2009 om 20.00 u
Concertgebouw Brugge
(Inleiding door Gloria Carlier om 19.15 u)
’t Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.lesballetscdela.be
——————–
Zaterdag 23 mei 2009 om 20.15 u
De Warande

Warandestraat 42
2300 Turnhout

Meer info : www.warande.be en www.lesballetscdela.be
——————–
Dinsdag 26 mei 2009 om 20.00 u
Stadsschouwburg Leuven

Bondgenotenlaan 21
3000 Leuven

Meer info : www.30cc.be en www.lesballetscdela.be

Elders op Oorgetuige :
Pitié! Nieuwste dansproductie van Alain Platel en Fabrizio Cassol in première, 12/09/2008

Bron : Interview met Fabrizio Cassol, Hildegard De Vuyst op www.lesballetscdela.be, augustus 2008

Bekijk alvast dit korte fragment uit ‘pitié!’ (Youtube, 6/11/2008, 1’20”)

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=m44zLklrWTE&w=425&h=344]