I Solisti del Vento creëert nieuwste werk Luc Van Hove tijdens Festivaltour 2009

Luc Van Hove De ouverture tot Mozarts Die Entführung aus dem Serail baadt in Turkse sferen. Het vervolg is niet de opera zelf maar wel een nieuw werk voor houtblazers van de Vlaamse componist Luc Van Hove. Sluitstuk van de avond is de bekende serenade Gran Partita van Mozart. Met hobo en klarinet op kop doet Mozart de instrumenten klinken als zangstemmen. I Solisti del Vento verzamelt het knapste blaastalent uit Vlaanderen en legt de lat op wereldniveau. De combinatie van gedrevenheid, artistiek inzicht en een perfecte techniek is opmerkelijk.

Luc Van Hove (1957) studeerde aan het Antwerpse conservatorium. Zijn belangrijkste leraar voor compositie was Willem Kersters. Hij volgde vervolmakingscursussen aan het Mozarteum in Salzburg en aan de University of Surrey (Guilford – UK). Hij is gewezen buitengewoon leraar aan de muziekkapel Koningin Elisabeth en doceert momenteel compositie aan het conservatorium van Antwerpen en compositie en analyse aan het Lemmensinstituut in Leuven. Daarnaast is hij ook promotor en artistiek adviseur aan het Orpheusinstituut en is hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
Van Hove is ook een van de meest vooraanstaande compositieleraars in Vlaanderen, en dat niet alleen omwille van het feit dat hij doceert aan twee belangrijke instellingen, maar vooral omwille van zijn grondige kennis van het repertoire, zijn interesse voor muziektheoretische problemen, de compositietechnische gaafheid van zijn eigen werk en zijn oprechte belangstelling voor de vele tendensen binnen de hedendaagse muziek.
Niet alleen in België, maar ook in het buitenland geniet Luc Van Hove grote faam. Zo werd werk van hem gespeeld op het Midem Festival in Cannes, tijdens de promenadeconcerten in de Doelen in Rotterdam en op het festival November Music in ‘s-Hertogenbosch. Bovendien vertolken befaamde buitenlandse ensembles en musici regelmatig werk van Luc Van Hove: het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Brodsky Quartet, het Arditti Quartet, het Xenakis Ensemble en cellist Pieter Wispelwey.
Voor Van Hove staat de absolute muziek, het klankbeeld, het zuivere muzikale aspect centraal. Hij paart een zintuiglijke fascinatie voor het klankbeeld met een vaak analytische benadering van de partituur. De confrontatie of combinatie van tonaliteit en atonaliteit blijft dus een constante in het werk van Van Hove.

Luc Van Hove over ‘Octet opus 46’ : “Dit Octet heeft een lange voorgeschiedenis. Enkele jaren geleden vroeg Francis Pollet, artistiek leider van I Solisti del Vento, me om een stuk voor blazers te schrijven. Ik was onmiddellijk en graag bereid zulks te doen, maar toen kwam daar plots de opdracht voor mijn eerste opera, La strada, tussengewalst. Ik heb het werk aan de blazerscompositie voor me uit geschoven, omdat ik nooit aan twee stukken tegelijkertijd werk. Toch had ik me voorgenomen dat het eerste werk na mijn opera deze compositie zou worden.

De oorspronkelijke idee was om te knipogen naar de achttiende-eeuwse ‘harmoniemuziek’. Die dialoog met het verleden was geen inhoudelijk, maar een formeel uitgangspunt. We zouden vertrekken van een basisbezetting van twee hobo’s, twee klarinetten, twee hoorns en twee fagotten, aangevuld met een contrabas om meer ‘fond’ te genereren. Maar daar knelde het schoentje. Met die contrabas kon ik werkelijk niet uit de voeten. In de originele harmoniemuziek diende zo’n contrabas als ‘dubbelaar’, vanwege de weinig dragende basnoten. Dus heb ik de bas weggesneden, en hield zo een octetbezetting over.

Ook inhoudelijk ben ik afgeweken van de opdracht. Er werd me eerst gevraagd om – opnieuw in de lijn der traditie – een ‘serenade’ te schrijven. Serenades voor blazers werden inderdaad meestal ’s avonds in openlucht uitgevoerd, al dan niet onder een balkon. Ik heb me afgevraagd wat de betekenis van een ‘serenade’ voor onze actuele wereld nog kon zijn, en heb besloten dat die idyllische component niet langer stand kan houden. Daarom is mijn Octet bewust géén serenade. Vanuit die hoek bekeken levert ze dus ook een soort commentaar op de traditie.

Toch staat het resultaat niet helemaal haaks op het verleden. Van de achttiende-eeuwse serenades heb ik geleerd dat ze bijzonder monter en speels zijn. Ik heb dan ook getracht iets van die zorgeloosheid te integreren in mijn Octet. De vijf delen van deze compositie dragen alle Italiaanse titels (Introduzione, Scherzo, Lamento, Danza en Epilogo) en wentelen zich in Italiaanse lichtvoetigheid.

Ik wilde bewust muziek schrijven die niet zwaar op de hand ligt. Met net een erg dramatische opera achter de rug, die het extreem dramatische (een ander facet van het Italiaans) opzoekt, was ik toe aan een contrast. Dit Octet was een oefening in versobering na mijn opera. Achteraf bekeken kan je zelfs zeggen dat die pendelbeweging een constante is in mijn compositieloopbaan. Grotere composities wisselen af met meer kleinschalig werk, dramatiek of epiek kiepen om in speelsere vormen. Toch is er ook in mijn Octet plaats voor weemoed: het hart van de compositie bijvoorbeeld is een Lamento.

Mijn Octet staat in de lijn van mijn overige werk voor groot ensemble. Ik had reeds een Septet geschreven, een compositie die zich bedient van een suite-achtige, zesdelige structuur. Daarnaast heb ik ook reeds een vierdelig Nonet gecomponeerd. Het gat daartussen wordt nu dus opgevuld door dit Octet, dat overigens het eerste werk is dat integraal voor blaasinstrumenten gecomponeerd werd.

Ik hou van lange klanken en lijnen, van resonantie. Dus moest ik creatief omspringen met het gegeven dat ik enkel voor blazers schreef. Blazers moeten zo nu en dan eens kunnen ademen. Elke toon wordt er immers gedragen door een adem. Mijn klankbeeld moest zich aan die ‘beperking’ aanpassen. Een uitdaging dus op kwalitatief en expressief vlak, die ik – met de uitstekende instrumentalisten van I Solisti in het achterhoofd – graag opgenomen heb.

Stilistisch ben ik alsmaar opgeschoven naar klaarheid. Ik hou enorm van de verdeling van tijd en ruimte, en probeer die fascinatie ook in de constructie van mijn muzikaal materiaal door te voeren. Ik merk dan ook dat ik dat soort constructivisme nodig heb om optimaal te kunnen functioneren. Het is een paradox: de strakheid die ik opzoek, nodigt uit tot verbeelding. De afzonderlijke bewegingen, alsook de organisatie van het materiaal is – hoewel niet serieel – erg doordacht. Vanuit die organisatie zie je de verbeelding ontstaan. Het is een beetje als componeren met de handrem op.” (*)

I Solisti del Vento moet, wegens ziekte van de eerste hoornist, de première van het octet van Luc Van Hove uitstellen. Het werk zal gecreëerd worden op 26 september in Maarkedal, Kerk Maarke-Kerkem, om 20.00u.
De concerten van 17 en 20 september in resp. Wemmel en Maldegem gaan gewoon door met een verkort programma
.

Programma :

  • Wolfgang Amadeus Mozart, Ouverture uit Die Entführung aus dem Serail K. 384, Serenade Gran Partita K. 361 (370a)
  • Luc Van Hove: Octet opus 46 (creatie)

Tijd en plaats van het gebeuren :

I Solisti del Vento : Mozart, Luc Van Hove
Do 17 september 2009 om 20.00 u
Wemmel , GC De Zandloper

—————–
Zo 20 september 2009 om 20.30 u
Maldegem , Sint Barbarakerk

—————–
Za 26 september 2009 om 20.00 u
Maarkedal , Kerk Maarke-Kerkem

—————–
Do 1 oktober 2009 om 20.30 u
Herzele , Sint Martinuskerk

—————– Za 3 oktober 2009 om 20.00 u
De Pinte , OC Polderbos

—————–
Do 15 oktober 2009 om 20.15 u
Tienen , CC De Kruisboog

—————–
Vr 16 oktober 2009 om 20.15 u
Lokeren , Sint Laurentiuskerk

—————–
Za 17 oktober 2009 om 20.30 u
Vilvoorde , CC Het Bolwerk

—————–
Zo 2 mei 2010 om 20.15u
Lier , Jezuïetenkerk

Meer info :www.isolistidelvento.be

Extra :
Luc Van Hove op www.matrix-new-music.be en www.muziekcentrum.be
(*) Luc Van Hove – Octet opus 46. Componeren met de handrem op, interview Tom Janssens op www.isolistidelvento.be

Elders op Oorgetuige :
La Strada : Luc Van Hove gaat Fellini achterna, 26/01/2008
Luc Van Hove 50 : een gesprek, 23/01/2007